De wereld gaat aan vlijt ten onder

`Beter is een hand vol rust, dan beide vuisten vol zwoegen en het najagen van wind.'
Prediker 4 6

De laatste week van de zomerango in het klooster Zen River is het bloedheet. Alle warmterecords worden gebroken en niets in de tuin groeit nog. Het gras verdort. Behalve het verkwistend sproeien van kostbaar drinkwater, zijn er geen bezigheden voor de tuinman. De natuur is even tot stilstand gekomen. Verveling dreigt. De voornaamste reden om te gaan monniken in het klooster was zijn rusteloosheid en met verveling zal dat ongetwijfeld zijn kop opsteken. Ledigheid is voor de arme zoeker waarlijk des duivels oorkussen. Hij kan niet stilzitten, behalve artificieel op zijn kussen in de zendo. Opeens is daar het verlichtende idee. Het groeit gewoon tussen het gras in de tuin: weegbree. Weegbree is een heilzaam kruid dat zich vooral in droge perioden in de zomer veelvuldig openbaart. De tuinman merkt dat het brutaal opschietende weegbree voedsel en water onttrekt aan het verdrogende gras. Vanaf dat moment heeft hij volop werk. Zelfs vòòr de ochtendzittingen zwerft hij over het grasveld en rukt overal waar het opkomt het weegbree uit de aarde. De werkploeg die hij krijgt toegewezen tijdens samu, wordt bevolen hetzelfde te doen. Alle weegbree dient radicaal, met wortel en blad te worden geëlimineerd. Als een van de leken waagt het nut van de werkzaamheden in twijfel te trekken, wordt hem ernstig gewezen op het aspect van de aandachtstraining die het werk met zich meebrengt. Het gaat er niet om welk werk je doet, het gaat er om hoe je het doet. Terwijl ik over het gras gebogen met duim en wijsvinger het kruid uit de aarde wurm, hoor ik in mijn hoofd de zalvende stem van de minister-president: `Nederland werkt'.

Nadat ik in de Italiaanse zentempel Fuden-ji op de eerste dag na mijn aankomst alle spinnewebben en ragen op en onder de balustraden rond het gebouw had verwijderd, naderde met kordate tred de extremistisch strenge maestro Taiten Guareschi. Met vorsende blik speurde hij langs het houtwerk tot hij in een duister hoekje een webbetje ontdekte. Hij liet onmiddellijk op de gongen slaan ten teken dat iedereen zijn samu moest overdoen. Anderhalf uur lang verplichtte hij iedereen tot zo'n straf. Het gevoel van Raskalnikov in Schuld en Boete van Dostojewski verbleekte bij wat ik toen ervoer. Maestro Taiten zal er vast een bedoeling mee gehad hebben. Later hoorde ik dat de meester de truc bij elke nieuwkomer herhaalde.

In het zencentrum de Noorder Poort is de Rohatsu sesshin druk bezocht. Er is niet genoeg arbeid voor de ruim veertig volgelingen van de Weg. Bij gebrek aan `echt' werk moeten daarom elke dag alle ramen opnieuw worden gelapt. Ik zie het nog voor me. Het is winter en ik ben een van hen.