Liever lui dan moe?
Hoe kun je met de minste energie het beste presteren? Moeten we ons in het zweet des aanschijns kapot werken, of het dolce far niente praktiseren? Waar ligt het juiste evenwicht tussen inspanning en ontspanning?
Een van de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van de spiritualiteit is de geheimzinnige verbintenis die omstreeks 600 na christus het boeddhisme met het taoïsme aanging. Als de taoïstische wijzen, altijd dikbuikig en goedlachs afgebeeld, met het wu wei uitgangspunt misschien te passief zouden zijn, dan waren de boeddhistische monniken te actief: ze bouwden stoepa's en pagoden, wisten niet van ophouden met hun mededogen, reisden duizenden kilometers van Noord naar Zuid-China, stonden om drie uur 's ochtends op en gingen pas om elf uur 's avonds naar bed. Het waren magere en uitgeputte scharminkels.  
Toen de twee grote oosterse religies elkaar ontmoeten, leidde hun omarming tot het juiste gebruik van energie: niet verspillen, niet oppotten: gebruik het wanneer het hier en nu het vraagt.
Het verwerven van de  'juiste inspanning', de balans tussen ADHD en Oblomov vereist bewuste aandachtstraining: een precieze kijk op wat het ogenblik en de plaats waar we ons bevinden, toont en behoeft. Met meditatie leren we het optimaal: op een kussen is het hard werken om tot een diepe innerlijke rust te komen. Vertel mij wat.
Toen Ch'an Japan bereikte en Zen werd genoemd, raakte de taoïstische kant van de vermenging op de achtergrond. Japanners vormen een ijverig volkje. In zentempels daar hebben de monniken nauwelijks tijd om te zitten; er staat maar èèn sesshin per jaar op het program. Toen Zen in het Westen opgang vond, is de balans gelukkig hersteld. Vooral de rust, de kalmte, de stilte ervan worden gewaardeerd en benadrukt.
In de loop van mijn praktijk ontdekte ik langzaam de grote waarde van het niet-doen. De stresskip in mezelf kwam tot bedaren. Heerlijk. Nu besef ik hoeveel tijd ik in mijn leven heb verdaan met onnodige activiteit die tot onevenwichtig handelen en ellendig resultaat leidde. In het niet-doen besteed ik op de beste manier mijn energie.
Is dat ook zo wanneer je die duizenden kilometers lange pelgrimages loopt, zal een slimmerik mij vragen? Als je de wijsheid snapt van de woorden 'Stap voor stap, geen afstand', die abt van de Zen River tempel Tenkei Roshi op de achterkant van mijn pelgrimsrakusu heeft geschreven, zal het antwoord niet moeilijk zijn.